Het geluid

De frequentie van geluid geeft aan hoeveel maal per seconde de golfbeweging plaats vindt,de eenheid Hz (Herz).Geluid met een lage frequentie ervaren we als laagtonig (bijvoorbeeld de laagste pianotoon is 27,5 Hz), hoge frequenties als hoogtonig (de hoogste pianotoon is 4186 Hz). De mens kan frequenties waarnemen tussen circa 20 en 20.000 Hz. Zoals al gezegd is de midwinterhoorn een instrument welke natuurtonen produceert. Dat betekent ook dat dieren in de omgeving er over het algemeen niet op zullen reageren. Daarom gebruikt men bij de jacht ook jachthoorns om waarschuwing(signalen) te geven. Roepen zou het wild aan het schrikken maken. Op het geluid van de hoorn reageert het wild niet. Ze kennen die tonen uit de natuur. Denk maar aan de wind langs een boom of het loeien van storm door het hout. Ook de Alphorn werd vooral gebruikt als communicatiemiddel voor als er hulp nodig was. De oorzaak van onzuiverheid moet niet direct bij de hoorn of het mondstuk gezocht worden. Meestal is het de blazer en zijn blaastechniek, in samenhang met de lipspanning, die oorzaak vormen van onzuiverheden in de toonvorming. Het is aan te bevelen om ruim voor het blaasseizoen al te gaan oefenen op het losse mondstuk. Om vooral ook zuivere tonen te “buzzen” kan dit een goede training voor het daadwerkelijke blazen zijn.

De foute ondertoon

Zoals al enkele keren aangegeven is de midwinterhoorn een natuurhoorn. Daarom is het aantal tonen beperkt en komt het vaak voor dat de midwinterhoorn een laagste toon kent die niet stemt met de ander daarop volgende hogere tonen. We noemen deze toon voor het gemak maar even de foute ondertoon. Als men eenmaal weet hoe die toon geblazen kan worden, dan is het gemakkelijk om het blazen van die foute ondertoon ook te voorkomen. Deze lage toon moet niet op de hoorn geblazen worden, omdat het de harmonieuze klanken van de andere te blazen tonen zal verstoren. De midwinterhoornblazer kan, door goed naar zichzelf te luisteren, vaststellen of de geblazen toonopvolgingen ook onderling zuiverheid hebben. Is er sprake van onzuiverheid, dan is vaak de lipspanning in samenhang met de blaastechniek daarvan een oorzaak.

De eerste tonen afzonderlijk oefenen

Het is aan te bevelen om de eerste te blazen tonen elk afzonderlijk te leren blazen. Dus voor elke toon opnieuw aanzetten. (Dit geldt alleen voor het oefenen voor de toon) Daarmee komt het gevoel voor de juiste lipspanning, bij elke te blazen toon, beter onder controle te krijgen. Bij oefeningen kunnen bijvoorbeeld oefening politieauto of ziekenauto prima van pas komen.

De eerste tonen in combinatie met elkaar

Begin altijd rustig met de lage toon. Dat is de toon die boven de foute ondertoon zit. Blaas de toon rustig aan en maak deze sterker. Het zal bijna automatisch gaan om de tweede toon er op te laten volgen. Lukt dit, dan is het de kunst om ook weer terug te gaan naar de eerste toon. Dit moet dan gebonden klinken. Dus niet steeds opnieuw aanzetten. De midwinterhoorn is geen trompet! Door meer kracht te zetten wil de toon altijd vanzelf hoger. De opbouw van een eigen Oal’n roop zal zeker de nodige tijd en oefening vragen. Doe daar rustig mee aan en blaas eerst wat goed gaat.

De toonomvang

Omdat bijna elke midwinterhoorn in vergelijking met een andere verschillend is qua lengte, houtsoort, houtdikte en luchtinhoud, is er maar een kleine kans dat zij onderling stemmen. Dit natuurinstrument bezit geen stembuizen. We moeten het dus doen met ons zelf, de happe en de midwinterhoorn. Indien bovengenoemde aspecten nagenoeg identiek zijn, valt er met de lipspanning veel te regelen. Het blazen in echovorm met twee midwinterhoorns is dan ook mogelijk. In de omgeving van de Havenhoek te Zelhem heeft deze echovorm reeds geklonken in de Adventsperiode 1989-1990. De toonomvang van de midwinterhoorn ligt bij een normale oefeningconditie rond de zes tonen. Meerdere natuurtonen zijn zeker mogelijk. Behalve de fagot behoren alle houten blaasinstrumenten (aerofonen) tot de notering en de lezing van het notenschrift in de G-sleutel. De G-sleutel geeft aan welke lijn van de gebruikelijke 5-lijnige notenbalk de G1 staat. Het sleutelteken, er zijn er wel tien, staat altijd vooraan in de notenbalk. Het is de vervorming van de letter G. Voor de goede orde zullen we, indien gebruik word gemaakt van notenschrift, deze notering volgen. Voorzover mij bekend is gelden er geen andere regels. Om de natuurtonen te registreren, qua hoogte en duur, worden de lijnen en noten van het notenstelsel gebruikt. Noten onder of boven de notenbalk worden met hulplijntjes genoteerd. De leer van ritme en duur der noten is een theorie op zich. Voor het beoefenen en blazen van de midwinterhoorn is deze kennis niet noodzakelijk. Indien gewenst is deze informatie uiteraard wel te vinden.